Home

Overdenking op een zomerse zondag

Morgendienst in De Koog (Texel), 13 juli 2014

Lezingen: Exodus 13:3-10 en Lucas 22:14-20

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

ik herinner me een vakantie in Luxemburg een aantal jaar geleden. Dat was een paradijselijke week. Tenminste zo herinner ik me dat. We kampeerden met vrienden in een prachtig dorp met een oud kasteel, tentje aan de rand van een koel beekje, waar we een plastic zak met biertjes in hingen bij wijze van koelkast en die we openden na een potje zomeravondvoetbal, waarna we mooie, openhartige en vriendschappelijke gesprekken hadden, tot het moment dat we verzadigd van al dat moois in onze slaapzak gleden.

Die week, of de herinnering aan die week, komt elke zomer weer even terug. De herinnering wordt elk jaar mooier en zoeter, en dat is op zichzelf prachtig. Ik roep die week in herinnering en dan weet ik weer dat ik in elk geval toen zoiets kende als vriendschap, liefde, dat er tijden zijn in mijn leven waarin al het goede zich samenbalt. Maar elk jaar hoop en verwacht ik ook weer dat het ook nu weer zo wordt als toen; en meestal valt dat tegen. Een herinnering wordt een ideaal waar ik nooit meer bij kan en legt zijn last op het heden; het bepaalt me erbij dat de tijden zijn veranderd dat een vroeger geluk niet meer terugkomt, maar als pronkstuk in een museum achter het glas van het verleden blijft staan.

Een vroeger geluk, hopelijk hebt u daar allemaal uw portie van gekregen. Het kan een vakantie zijn die goede herinneringen oproept aan vriendschappen van vroeger, hoe de zon op je kinderhuid prikte terwijl je hutten bouwde, een liefde die op vakantie opbloeide. Net zo goed kan dat geluk bestaan hebben in een hele periode in je leven. De tijd dat je nog geen druk gezinsleven had, en je alle rust en vrijheid had. Of juist de tijd dat er nog wat levendigheid was thuis. De tijd dat je partner nog bij je was, dat je levensmaatje nog elke ochtend naast je wakker werd, terwijl je nu alleen wakker wordt. De tijd dat je werk je nog uitdaagde, dat je voor je gevoel midden in het leven en de samenleving staat, en nu vraagt niemand meer naar je.

Een vroeger geluk, het kan in deze periode van vakantie weer naar boven komen, als het stof van de dagen even neerdaalt en er even niks hoeft. En juist op die rustmomenten, wanneer er even niets gepland staat kunnen die herinneringen op komen borrelen. Je kan er ook voor kiezen om actief met die herinneringen om te gaan; om er wat over op te schrijven, om bepaalde plekken weer eens te bezoeken, plaatsen waar die herinneringen mee zijn verknoopt. Om het met vrienden en familie te hebben over dat vroegere geluk. Wanneer je actief omgaat met je herinneringen dan doe je in feite iets wat in het geloof centraal staat: je bent dan bezig te gedenken.

Datzelfde gedenken komen we in de lezingen van vanmorgen tegen. De oproep om te gedenken wordt door Mozes aan het bevrijdde volk gericht: gedenk de dag van je bevrijding. Er komt een ritueel omheen, dat jaarlijks terugkeert. En dat ritueel moet blijven gevierd om de herinnering levend te houden, juist op de momenten dat die bevrijding weer in het geding komt. Net zo klinkt in de Tien Woorden de oproep om de sabbatdag te gedenken. Om herinnerd te worden aan de goedheid van de schepping, die er op gericht is om tot rust te komen zoals de Eeuwige na zes dagen rustte van zijn werk. En net zo klonk in het evangelie de oproep van Jezus om zijn dood te gedenken. Zijn dood, die net als de uittocht, een bevrijding van ons leven inhoudt. Dat gedenken is er op gericht om hier, in ons heden wat te bewerkstelligen. We gedenken de bevrijding uit Egypte, om er bij stil te staan dat het steeds weer op bevrijding aankomt. We gedenken de sabbat, om er bij stil te staan dat we leven vanuit rust, niet om steeds maar door te draven. We gedenken het lijden en sterven van Jezus, om er aan herinnerd te worden dat we geliefde kinderen van God zijn, over de grenzen van ons falen heen. Door te gedenken, houdt een gebeurtenis uit het verleden een belofte in voor het heden. De gebeurtenis, eens toen en daar, wordt een gebeuren, een proces dat doorgaat in de tijd een belofte die steeds weer oplicht wanneer we gedenken. Dat betekent niet dat het feit van toen en daar elke keer opnieuw gebeurt wanneer wij gedenken. Israel werd immers maar een keer bevrijd uit Egypte, Jezus stierf maar een keer aan het kruis. Maar in het gedenken wordt de essentie van de gebeurtenis weer actueel. De kern van waar het toen en daar om ging, staat weer in ons midden.

En misschien zou dat ook voor onze eigen herinneringen opgaan, wanneer we die gedenken, dat is: wanneer we de ruimte in onszelf en in onze agenda’s nemen om stil te staan bij wat er goed geweest is in ons leven. Om het toe te passen op die vakantie in Luxemburg: ik zou die kunnen gedenken. Daarmee komt die vakantie niet meer terug, of wordt ze nog eens herhaald. Het blijft een onherhaalbaar moment, dat goed was, toen en daar, in de tijdruimte waarin het plaatsvond. Ik kan blijven hopen dat het anders zal zijn, dat ik die vakantie nog eens mag beleven. Of: dat het huis weer vol kinderen is. Of: dat mijn liefdesleven weer zo gelukkig wordt als eerst. Maar tegelijk weet ik dat het niet weer precies zo zal worden en daar zit dan de pijn, die blijft en knaagt. Dat is nostalgisch met het verleden omgaan. Dat heeft zijn goed recht, en dichters en zangers leven daarvan. Tegelijk kan nostalgie ook het heden verstarren en de toekomst lamleggen.

Maar ik kan er ook voor kiezen om gedenkend om te gaan met mijn herinneringen. Om dankbaar te zijn voor wat er toen en daar goed was. En voor wat ik daaruit kan nemen, zodat mijn leven hier en nu weer richting krijgt. Ik kan me, op grond van de herinnering aan Luxemburg, richten op rust, op het ruimte en tijd nemen voor vriendschap; op het opnieuw vinden van de juiste aandacht voor de mensen om me heen. Door te gedenken kan ik dankbaar worden voor dat wat er aan mooie momenten, aan mooie ontmoetingen, op mijn pad is gekomen. Door te gedenken houd ik mijn verlangen levend naar het goede, naar wat werkelijk waardevol is in het leven. En in dat verlangen beluistert God een gebed, al spreken we onze verlangens naar nieuwe goede dagen niet eens hardop uit. Zo wordt het gedenken van onze herinneringen beloftevol. Want de God die een gebed beluistert in onze stille verzuchtingen, dat is de God die Israel bevrijdde uit Egypte, die Jezus door de dood heen bevrijdde tot een nieuw leven. Gedenken wij het goede in ons leven, dan doen we dat voor het lichtend aangezicht van de Eeuwige, die beloofd heeft: Ik zal er zijn. Die ons heeft gezocht, en ons gedenken zal, heel ons leven, al onze dagen.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s