Home

 

Overweging over ‘De werken van barmhartigheid: de naakten kleden’

Michaelsviering op 17-2-2013 in de Grote Kerk te Zwolle

Lezing: Genesis 9:18-27

Op een maandagmorgen in oktober ging mijn huisgenoot J. naakt de straat op. J. kende ik als een zachtaardige jongeman. Hij had te maken met psychoses. Soms hoorde ik door het dunne plafond dat onze levens van elkaar scheidde hoe hij schreeuwend ontwaakte uit een nachtmerrie. Dan was het alsof iemand anders bezit van hem nam. In wezen maakten zijn psychoses dat hij naakt onder de hemel leefde. Wanneer het leven met zijn angsten hem kwam bezoeken had hij geen bescherming. Zo kwam het dat J. die maandagmorgen werd uitgekleed en op straat werd gelopen. De eerste winkels gingen open, de eerste mensen liepen op straat. De blikken. Het wegkijken. De schaamte. Een groepje fietsende scholieren dat de schaamte met luidruchtige grappen probeerde te bedekken. Dit duurde ongeveer tien lange minuten. Tot iemand de holte in de ogen van J. binnenstapte en hem zijn jas aanbood en hem meenam.

In de lezing komen we een dronken Noach tegen die naakt zijn roes uitslaapt. Het is een nogal merkwaardig verhaal. De Ene heeft bijna het hele mensengeslacht uitgeroeid met een grote watervloed. Als de aarde droog is geworden, stapt Noach met zijn familie naar buiten. Hij wordt niet, zoals in andere versies van het zondvloedverhaal, opgenomen in de hemel. Noach moet op de aarde aan het werk. Hij plant een wijngaard aan. Dat is in de Schrift een teken van hoop. Je eigen stukje land, een wijngaard, en dat je mag drinken van wat je hebt geplant. Dat doet Noach, maar overmatig. Hij word dronken. Vervolgens vertelt het verhaal over schaamte en hoe je daar doorheen gaat. Cham kijkt naar de schaamte van Noach, maar doet niks. Hij maakt zijn vader tot een object. Door zijn blik schept hij afstand. Sem en Jafeth reageren anders. Juist door niet te kijken, dat wil zeggen, door Noach niet te onderwerpen aan hun blik slagen zij er in om de cirkel van de schaamte te doorbreken. Zij bedekken hun vader. Zij kleden hem, en geven hem daarmee zijn waardigheid terug.

We keren terug naar J. Want zie ik J. lopen, dan zie ik mezelf, ontdaan van alle waardigheid. Ik heb slechts een dun laagje beschaving, cultuur, goed fatsoen, kleding. Maar daarachter een naakt mens, zoals ik geboren word en sterf. Zie ik J. lopen, dan zie ik het projectiescherm van al mijn eigen angsten, dat uiteindelijk mijn leven niet meer is dan het naakte feit van mijn bestaan. Zie ik J. lopen, dan zie ik al die mensen voor wie dit dagelijkse werkelijkheid is: een leven zonder waardigheid, zonder bescherming, de mensen om wie we heen lopen, de neus ophalen, de blik afwenden. Zie ik J. lopen, dan zie ik kortom: de mens, J. dus, die in de nacht dat hij wordt overgeleverd een beker met wijn neemt en daarna wordt meegevoerd en ontdaan van zijn kleed dat is zoals hijzelf: uit een stuk gemaakt. Zoveel oprechtheid en waardigheid kan in ons midden niet bestaan. En zo hangt hij daar, naakt, te kijk voor iedereen: J., die zei: ik was naakt, maar jullie hebben gekleed. En alles wat je aan de minste van de mensen doet, dat heb je aan mij gedaan.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s