Home

Overweging op zondag Trinitatis

Morgendienst in de Nieuwe Kerk te Groningen, 15-6-2014

Lezingen: Exodus 34: 4-9 en Mattheus 28:16-20

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

en dan is het nu uit met de pret. Want vandaag is het zondag Trinitatis, de zondag van de Drie-eenheid. Ik moet zeggen: het dogma van de drie-eenheid. We vieren namelijk een dogma vandaag. En dat komt natuurlijk slecht uit, zo in de eenentwintigste eeuw. Dogmatisch, dat wil je toch zeker niet zijn, net als calvinistisch; ook al ben je het, je wilt liever niet zo genoemd worden. Want dogmatisch, dat is strak, rechtlijnig, onmenselijk.

Daarbij, het is net Pinksteren geweest. En daarmee hoopten we de dogma’s voorbij te zijn. Want Pinksteren, dat is toch de Geest die onze dorre boel komt opfleuren, die lucht brengt waar benauwenis was, die zacht maakt wat hard en star was geworden. En Pinksteren, dat was hier rond de Nieuwe Kerk toch ook vaak tentjes en kraampjes, iets met toneel en muziek en schilderijen; even ruiken aan wat het zou kunnen zijn om kerk te zijn zonder muren, met open oren en ogen naar wat er leeft in Stad. Even niet het jargon van de kerk, de dogma’s, en al die andere dingen van het geloof die je je buren en vrienden al lang niet meer kan uitleggen. Pinksteren: Lang leve de vrijheid, de zelfstandigheid, lang leven de Geest, die waait waarheen zij wil.

Maar die vrijheid en openheid, dat duurt natuurlijk nooit lang in de kerk, dat kan haast niet bestaan. De Geest moet maar snel weer in de fles, met de kurk van het dogma er stevig op. Want stel je eens voor dat de Eeuwige aan definities zou ontsnappen, dat de Geest echt de grenzen over gaat en mij brengt op plekken waarvan ik liever had gewild dat God ze was vergeten. Nee, dan maar beter het dogma, want dat biedt tenminste zekerheid, duidelijkheid, veiligheid, en de kramp en de benauwenis nemen we dan maar op de koop toe. Ondanks de vieze bijsmaak van het woord dogma, kun je er misschien ook het positieve van zien: zo hebben we in elk geval iets van eenheid onder gelovigen wereldwijd. Hoe zeer we ook verschillen, we herkennen elkaar in de belijdenis van de Drie-ene God, Vader Zoon en Geest.

Ik vertel u waarschijnlijk niets nieuws als ik zeg dat het woord Drie-eenheid niet uit de bijbel komt weglopen

maar een theologische gedachte is van later tijd. In een brief van Johannes is een omstreden tekst, waarin met een hoop geloof en nog meer goede wil, iets staat in de trant van dat Vader Zoon en Geest een zijn in hun ‘drieheid’. Maar die tekst staat wel op zo losse schroeven, dat het in elk geval geen basis is om stevige uitspraken op te bouwen. Verder hebben we de tekst uit het evangelie van vanmorgen, waarin Jezus zijn leerlingen opdraagt om de mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze tekst staat wel bekend als het zendingsbevel – een wat militante term wat mij betreft. We hebben hier met een praktijk van de Vroege Kerk te maken, die blijkbaar vers aangeworven gelovigen doopte in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Die tekst gebruiken we tot op de dag van vandaag. De drie-eenheid komt hier dus voor als een doopformule. Is die kleine zinsnede nou grond om een hele dogmatische strijd over te voeren?

Het dogma van de drie-eenheid, voor uw informatie, is uitgesproken op het concilie van Chalcedon in de 5e eeuw. Bijna vijfhonderd jaar na het gebeuren rond Jezus van Nazareth. Nu is het dogma van de drie-eenheid zoals men dat uitsprak in wezen vooral een uitspraak over het wezen van Jezus. De kern is dat hij twee naturen bezit: een goddelijke en een menselijk, die samen komen in de historische persoon Jezus van Nazareth. Die twee naturen zijn volgens het concilie ‘onvermengd en onveranderd, ongedeeld en ongescheiden’. Wat mij opvalt aan deze formulering van de heren bisschoppen is dat ze vier keer een ontkenning bevat: vier keer ‘on’. Het doet mij denken dat ze het zelf ook niet zo precies weten, dat ze eigenlijk vooral weten wat ze niet bedoelen en niet willen. Zoals ik soms in de supermarkt geen zin heb in paprika en bolognesechips, en dan blijft er vanzelf wat over. Of zoals je het zelf misschien wel eens meemaakt in een discussie, dat je vooral kunt verwoorden wat je niet bedoelt, dat je het vooral oneens bent, maar dat het je veel meer moeite kost om positief te verwoorden wat je zelf denkt, of voelt of gelooft. Mijzelf heeft dat laatste, het positief verwoorden van wat ik geloof, de nodige tijd en moeite gekost. Gelukkig leeft de kerk niet alleen van de woorden van predikanten en theologen, maar ook van getuigenissen zoals hier vorige week afgelegd …

Toch is het ook veelzeggend, die omslachtige en zoekende formuleringen van de bisschoppen uit de 5e eeuw: onvermengd en onveranderd, ongedeeld en ongescheiden. Kerkvader Augustinus, over wie ik het over een paar weken eens uitgebreider met u wil hebben, zei over deze formulering: de kerk heeft dit gezegd, om niet niets te zeggen. Dat klinkt mooi en mysterieus, maar waarom kon dat niet wat duidelijker, kan je je afvragen. Mijn idee is dat dat met de kern van de zaak gegeven is: spreken over God is altijd een bedremmeld spreken, om een geheim heencirkelen. Ik hoorde eens een Grieks-orthodoxe priester zeggen dat een geheim steeds groter en ondoorgrondelijker wordt naarmate je er dichterbij komt. Dit in tegenstelling tot een raadsel. Een raadsel is gelijk opgelost als je de oplossing hebt. Maar een geheim wordt groter en groter. Zo is dat met God, en ook met zaken van liefde en schoonheid. Dan hoor ik een paar dat vijftig jaar is getrouwd, zeggen dat er nog steeds verrassingen zijn. Of je ziet in een gezicht, in een landschap, in een schilderij steeds weer iets nieuws. Het zijn tekenen dat de scheppende bron van ons bestaan nooit opdroogt. Het geheim wordt groter en groter. Je houdt van verwondering steeds minder woorden over, tot je uiteindelijk alleen nog met open mond kan zwijgen.

Die ervaring van alleen nog maar kunnen zwijgen vinden we ook terug bij Mozes op de berg. De ENE toont zich daar aan zijn mens. Want dat wil hij: de heerlijkheid van de Ene zien, voor even de sluier opgelicht. Hij wordt in dat verlangen gekend. En hoe graag zou ik dat niet ook willen? Voor een moment het ware wezen der dingen zien, het geheim van God ontrafelen. En ik wil ook serieus genomen worden in dat verlangen. Ik hoop en wil dat er nog geheimen zijn waarin ik kan doordringen. Ze kunnen zeggen dat wij ons brein zijn, dat er binnenkort geen geheimen meer over zijn. Maar dat kan ik niet geloven. De dingen hebben hun geheim, en mocht ik het maar even zien, dan zou mijn leven voorgoed in nieuwe gloed staan.

Dan nodigt de Ene Mozes dichterbij: hier is nog plaats. Er is altijd nog plaats voor een mens die hem zoekt. En zo volgt die ecstatische openbaring van de heerlijkheid. Mozes zit weggeborgen in een rots, en dan haalt de Ene zijn hand weg, en dan nog ziet Mozes slechts de achterzijde van de Heer. Nog kijkt hij het geheim maar op de rug. Dit is dus blijkbaar wat Gods openbaring is: altijd een onthullende en een verbergende beweging ineen. Niet openbaring zoals we daar in onze tijd over denken: alle geheimen van de hoge heren politici en onze celebrities moeten op straat. Maar zo gaat het niet bij de diepste geheimen van het leven. Ze geven zich prijs, en niet. God toont zich, en niet. En wij zien, en niet; wij weten, en niet. Wij spreken, maar zwijgen op het einde.

In dat besef vieren we vandaag Trinitatis, zondag van de drie-eenheid. We zeggen de kerk van alle tijden na dat we geloven in God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Niet om de Geest weer in de fles te drukken of om de grenzen van de kerk helder en hard te omschrijven, zodat we onszelf veilig kunnen wanen. En anderen daarmee kunnen buiten sluiten. Vieren we de drie-eenheid, dan vieren we vooral de verbondenheid, de God die relatie is, die zich niet in zichzelf opsluit, maar naar buiten treedt in de Geest. De Geest die hij liet neerdalen op Jezus. Jezus die ons in die Geest uitzendt om te leren wat hij geboden heeft: recht te doen aan de armen, in vrede met elkaar om te gaan. Om het licht dat hij in ons midden heeft ontstoken te delen met wie er op onze weg meelopen. En om te blijven verlangen en uitzien naar de morgen dat wij oog in oog staan, en God alles in allen zal zijn.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Amen.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s