Home

Overdenking op de 4e zondag van de herfst

Morgendienst  op 12 oktober 2014 in de Hofkerk te Goor

Lezingen: Jesaja 25:1-9 en Mattheus 22:1-14

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Aan tafel! Het is de vaste kreet van Matthijs van Nieuwkerk aan het begin van DWDD. Aan tafel, want daar gebeurt het. Daar worden de nieuwste boeken, bandjes, helden, tv-programma’s, voorstellingen besproken met de mensen die er op dit moment toe doen. Wat u verder ook van het programma denkt, of wat u ook van Matthijs vindt, die met zijn spreektempo op dit moment al halverwege deze preek zou zijn geweest – maar ik moet het dan ook doen zonder autoque – ze hebben het slim bekeken in Hilversum: een grote tafel in het midden, want daar gebeurt het. Je ziet het ook terug in de zaterdagbijlage van de Trouw, waarin momenteel een prachtige serie loopt over eettafels. Je ziet leuke, druk-werkende mensen met een snel bestaan die samen aan tafel zitten te eten. Dit is het moment waarop we elkaar spreken, waarop de dag even tot stilstand komt en er aandacht is voor elkaar. De tafel is een centraal symbool geworden in onze cultuur. En dat is niet zo verwonderlijk. Want alles is in beweging, de ene Iphone volgt de andere op, de sterren van gisteren zijn de losers van vandaag. Zelfs de leukste baan van de wereld verveelt binnen een paar jaar en datzelfde geldt voor relaties, interieurs, auto’s en hobby’s. Het zijn de snelle, flexibele projecten waaraan we als individu werken, met als grootste project: ikzelf. Maar als mens ben je gebouwd op verbindingen aangaan met een ander. Het echte individualisme is niet uit te houden, al zou je het willen. En dus zoeken mensen elkaar op. Tegenwoordig niet al teveel meer in kerken of in muziek- of sportverenigingen. Het zogenaamde meso-niveau verdwijnt, aldus sociologen; dat wil zeggen: mensen verbinden zich niet meer aan groepen tussen de 60 en 600 mensen. Die zijn te klein om je anoniem in te kunnen bewegen, maar ook te groot om je geborgen in te voelen. En dus stromen we in twee richtingen uit: naar het mega-niveau, van de grote evenementen, concerten, shows en naar het micro-niveau: de kleine groep van familie, vrienden. Een overzichtelijk netwerk waarin je je gekend weet. En voor dit laatste staat de tafel symbool: een plaats waar iedereen iedereen kan zien, waar een groepsgesprek gevoerd kan worden, waar de kleine verhalen van deze dag er toe doen. En waar het goede van de aarde, lekker eten en een goed glas wijn, genoten kan worden.

Alvast een spannende vraag voor de kerk, die ik, zonder het antwoord te weten in uw midden leg, is hoe zij moet inspelen op deze ontwikkeling. Want de kerk is typisch zo’n verband van tussen de 60 en 600 mensen waar mensen zich tegenwoordig moeilijk aan verbinden. Misschien ervaart u die moeilijkheid zelf ook wel. De gemeente is te groot om je echt thuis te voelen en te klein om er de overweldigende ervaringen op te doen, die je wel hebt bij bijvoorbeeld concerten of sportwedstrijden. Het verklaart in elk geval de opkomst van huiskerken en de nadruk op ontmoetingen in kleinere kringen in de gemeente. In zo’n kleinere kring, en dan het liefst rond een tafel, is er ook ruimte voor jouw kant van het verhaal.

In het evangelie van Mattheus lezen we ook over een tafel, waar de koning een feestmaal wil houden. Alleen: de meeste gasten haken gedesinteresseerd af en er is een groep die de dienaren van de koning vermoordt. Geweld als antwoord op de droom van God. De koning roept daarop alle mensen van de hoeken van de straten. Iedereen mag komen, de goeden en de slechten. De koning maakt geen onderscheid. Want dat onderscheid valt weg als ze zijn witte kleren aantrekken. Het is een voorstelling van hoe de wereld zou kunnen zijn en hoe de tafel van de Heer zou kunnen zijn. Een hele ander tafel dan die van DWDD of de yuppen in de krant. Eerder doet het denken aan de eettafels waar Man Bijt Hond bij aanschuift. Allemaal vergeten levens achter vergeten voordeuren, kleine doodnormale mensen, met hun eigen verhalen, met hun licht en duister. Die Man Bijt Hond-achtige mensen, zonder gelikte verhalen over nieuwe cd’s en voorstellingen, zijn welkom aan de tafel van de Heer. Mensen als wij, die niet mooier of invloedrijker voor de dag hoeven komen dan we zijn. Alle misere die we meeslepen, alle mislukkingen en teleurstellingen, de schaamte en de schuld: we nemen het allemaal mee naar de tafel. Daar krijgen we nieuwe, witte kleren.

Aan tafel gebeurt het. Dat hebben de media van onze tijd goed gezien. Wij hebben thuis ieder een tafel staan. Aan tafel kan je zien hoe de verhoudingen zijn tussen ons en wie ons na staan. Hoe zit u aan tafel? Is er vrede, respect, mag ieders stem gehoord worden? Bruist het er van leven? Ontmoet je de ander? Hoe ga je om met conflicten? Waar wij samen in goede harmonie aan tafel gaan, wordt er iets zichtbaar van Gods droom voor deze wereld. In het klein dus, in onze meest alledaagse gewoonten. Misschien kun je je er persoonlijk nog maar weinig bij voorstellen: samen aan tafel gaan, omdat je bijna altijd alleen eet. Dat roept heel andere vragen op. Kan je de stilte aan? Hoe verdrijf je die? Is er ergens een gemeenschap te vinden? Als u voor uw gevoel ook achter zo’n vergeten voordeur woont, waar zelfs Man Bijt Hond misschien nooit zal aanbellen, weet dat de Eeuwige uw pijn heeft gepeild en dat zijn Zoon met u meelijdt. Hij houdt de beklemming en de stilte met u uit.

Ook hier in de kerk staat een tafel. Deze tafel staat symbool voor de tafel van de Heer. Een tafel waaraan ieder welkom is. Goeden en slechten, en wij allemaal dus, mensen met goede en slechte motieven, woorden en daden. Mensen opgebouwd uit donker en licht, uit eenzaamheid en gemeenschap. Helaas treft u een kandidaat-predikant vanmorgen, die nog niet gerechtigd is voor te gaan in de sacramenten. Tussen twee haakjes, daarachter schuilt volgens mij stiekem, hoe protestants we ook willen zijn met elkaar, en vrij middeleeuws rooms-katholieke theologie over de ambten. En tussen twee anderen haakjes, in wezen is de liturgie zonder tafelviering nooit af. De protestantse eredienst is ontstaan als voor-mis, pronaus. Wanneer we de maaltijd niet vieren, is de liturgie, met respect gesproken, een kip zonder kop. Of zoals iemand anders het eens treffend verwoordde: een eindeloos voorspel dat maar niet terzake wil komen. Ik wil maar zeggen: wat was het mooi geweest om vandaag met elkaar de dienst van de tafel samen te vieren. Want daar kunnen we even proeven wat het is om deel te nemen aan de maaltijd waarvan de geur van opsnuiven in de lezingen. Laten we proberen aan onze alledaagse tafels gestalte te geven, waar het hier in de kerk aan de tafel in essentie om gaat. Gastvrijheid, verzoening, mijn eenzame leven opgenomen in het wij van een gemeenschap.

De tafel die hier in ons midden staat, de tafels in onze huizen, de tafels in de media: het zijn kleine, intieme settingen. Dat past bij onze behoeften, onze tijdsgeest. We snakken naar een bezield verband, en misschien vinden we dat wel in een kleine kring aan tafel. Wanneer we de lezing uit Mattheus goed bekijken, en helemaal als we Jesaja ernaast leggen, dan wordt duidelijk dat de Tafel van de Heer een nogal groots opgezette operatie is. Iedereen mag komen. Alle luiken gaan open. De hele wereld, alle volkeren zijn welkom aan de tafel op de berg van de Eeuwige. Alle volken aan een tafel, de dood overwonnen, en God wist de tranen van de ogen af. Echo’s van dit gedeelte klinken ook in de Openbaring aan Johannes. Het is een visioen van hoe het in Gods nieuwe wereld moet zijn. Alle Menschen werden Brüder. En er zullen geen tirannen meer zijn. Maar geloof je het zelf, Jesaja. Het lijkt verder weg dan ooit. Alle volkeren aan een tafel, drinken uit dezelfde beker, dat klinkt na de afgelopen zomer, en met de lange strijd in het Midden-Oosten in het vooruitzicht, eens temeer als luchtfietserij. In het vacuum dat Sadam Hoessein achterliet, stond de terreurbeweging IS op, om op eenzelfde manier dood en verderf te zaaien. Deze week sprak ik een eerbiedwaardige Irakese man en vertelde hem dat ik over dit verhaal van Jesaja moest preken. Of het er ooit van zou komen, vroeg ik hem, die maaltijd met alle volken. ‘God zit op een berg’ zei hij ‘en hij kijkt, en hij ziet hoe het misgaat. Maar hij doet niets. De leiders pakken de macht, maar hebben ze waarden? Ze doen het in naam de de Satan. Maar God doet niets.’ En dus is het de orde van de dag van toen en vandaag dat onschuldigen en kleine mensen zonder macht vermalen worden. En God zwijgt, en doet niets. De tafel op zijn berg staat klaar. Maar niemand komt op zijn feest.

Je zou er, als je niet al afgestompt bent, moedeloos van worden. Het liefst zou ik zelf niet verder dan mijn eigen vertrouwde tafel kijken. Want zie eens, God, hoeveel moeite ik me getroost, om daar de boel een beetje bij elkaar te houden. En toch, ik geloof dat we als kerk geen keus hebben dan om ons ook met het wereldwijde onrecht te verbinden. Of positief gezegd, dat is onze roeping. Dat houdt in dat we het niet zelf verzonnen hebben, en we hoeven het zelfs niet leuk te vinden. Maar als wij het niet doen, wie dan? Plaatsvervangend roepen wij: Heer, ontferm u, en bidden we voor de wereld. En we vieren de maaltijd van de Heer, ‘totdat hij komt’. In de hoop op zijn toekomst, en met realisme over alle huidige ellende, is die tafel de enige plaats waar we het kunnen uithouden. Mogen we als de dienaren uit de gelijkenis de vermoeiden en gebrokenen zonder aanzien des persoons meenemen, zodat het een groot feest wordt en de koning niet voor niets de tafel dekt.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s