Home

Overweging op de 4e zondag van Advent

Morgendienst op 21 december 2014 in de Evangelisch-Lutherse Kerk te Arnhem

Lezingen: 2 Samuel 7:4-16, Romeinen 16:25-27 en Lucas 1:26-38

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

stel u een doodstil dorpje in Zuid-Limburg voor: Sint Ubachsberg, Schin op Geul, Reymerstock, zo’n plekje waar de laatste kruidenier zijn zaakje waarschijnlijk nog tot vlak voor zijn overlijden op 93-jarige leeftijd draaiende houdt, samen met zijn zoon die het dorp nooit heeft verlaten. Een plaats waar de tijd heeft stilgestaan, waar, als je er doorheen fietst de klok hoort aarzelen tot de volgende tik. En midden in het dorp staat de kerk. De laatste vrome katholieken slaan altijd een kruis wanneer ze er langslopen, want daar in de kerk woont God, zoals aan de overkant de kruidenier woont en de fietsenmaker. Tussen heilig ontzag en de macht der gewoonte, met een achteloze soort vroomheid die ons protestanten doorgaans vreemd is, brengt men dagelijks een groet aan Onze Lieve Heer die hier om de hoek woont, zoals het was in het begin, en nu en voor immer, tot in de eeuwen der eeuwen.

Vergeef me de romantisering van het beeld, want zelfs in die streken is de 21e eeuw zo langzamerhand begonnen. Ook daar wonen al mensen die rondlopen in kleren van de H&M die ze via internet hebben gekocht. Maar iets van die goeie ouwe tijd valt nog er nog altijd op te snuiven, die tijd, om met Gerard Reve te spreken, ‘toen we Indie nog hadden, en een dubbeltje nog een dubbeltje was’. Waarop hem vervolgens de verzuchting ontvalt: ‘was er maar iemand die me uit allerlei sprookjesboeken voorlas’. Sprookjes over de tijd dat God nog vanzelfsprekend deel uitmaakte van onze cultuur, van ons alledaagse leven. De tijd dat God hier nog op de hoek woonde.

Zoals ik al aanstipte, dit besef heeft protestanten nooit zo in het bloed gezeten. God woont niet in een kerk, maar in de harten van de gelovigen. Als hij zomaar zou samenvallen met wat hier en nu zichtbaar is, is zijn geheim te grabbel gegooid. ‘Maar niet met steen en hout alleen is ’t grote werk gedaan, ’t zal om onszelve gaan’, aldus lied 971 uit het Liedboek. Wat op zichzelf natuurlijk een terechte kritische opmerking is, als die niet ook mede geleid zou hebben tot de zielloze verschraling van het protestantse kerkinterieur in de eeuwen die volgden op de Reformatie – een ontwikkeling die zich heeft doorgezet tot in de kerken in onze hedendaagse Vinexwijken aan toe. Als je nog wilde denken dat God in een kerkgebouw woont, dan wordt die illusie je daar toch hardhandig ontnomen. Het beeld van de Allerhoogste op een strak vormgegeven Ikeatroon wil er bij mij tenminste niet in.

Daarom zitten wij hier bijeen in dit Lutherse kathedraaltje, ergens halverwege tussen alle Roomse poespas met koorbanken, gebedsmantels en liturgische vormen van voor de grondlegging der wereld, en de gezonde en nuchtere protestantse kritiek daarop, dat het geheim van de Eeuwige zich nooit laat vangen in onze gebouwen of tradities, en zelfs niet in onze taal. Veeleer is hij het geheim dat vanachter de taal soms onder ons opduikt. Zijn aanwezigheid schemert door onze gezangen en gebruiken heen. Wij kunnen niet zonder, en de Ene zelf misschien ook wel niet. En tegelijk valt hij er niet mee samen, is zijn levensadem als de wind in de bomen, overal aanwezig, maar altijd in beweging.

In de eerste lezing is het precies deze spanning waarover de profeet Natan met David spreekt. Kan je zomaar een huis voor God maken? David had zich in een gulle bui voorgenomen een tempel voor de Heer te bouwen. In wat voorafgaat aan de het gelezen gedeelte, wordt verteld over Davids weg naar het koningschap. Hij is inmiddels van al zijn vijanden verlost. Dat is een lang en vooral ook bloederig verhaal, over legeraanvoerders die in donkere hoekjes tegenstanders met speren bewerken; David zelf die die legeraanvoerders een heel arsenaal aan soa’s toewenst, en een vrouw die zomaar bij haar man wordt weggehaald en aan de toch al enorme harem wordt toegevoegd, en om haar kritiek op de koning met kinderloosheid gestraft wordt. Uweetwel, van die bladzijden uit de bijbel, waardoor je je weer even realiseert dat het naast een boek vol inspiratie, hoop en levenswijsheid, toch ook een bizar boek uit een ons vreemde cultuur is. Maar eind goed, al goed, de gezalfde David, de herdersjongen, komt op de troon in Jeruzalem, in een prachtig paleis. En door zijn, zij het wat overmoedige, inspanning komt ook de ark van het verbond naar Jeruzalem. In de ark concentreert zich de aanwezigheid van de Eeuwige bij zijn volk Israel. Voor die ark, en dus voor de Eeuwige zelf, wil David een huis bouwen. Het lijkt David, en in eerste instantie ook de profeet Natan, een perfect idee.

Maar dan komt de Ene zelf tot spreken, en corrigeert zijn profeet. Hij is zelf niet op z’n gemak bij het idee van zo’n vaste woonplaats. Want zijn naam is dat hij meetrekt. Hij is de God van dat onbeschermde voetvolk in de woestijn; en dus trekt hij mee, in een tent. Hij wil erbij blijven, maar zijn beweeglijkheid niet verliezen. En telkens weer is dat het gevaar waarmee mensen God bedreigen: dat ze hem van zijn beweeglijkheid beroven, dat ze hem opsluiten in stenen huizen, in versteende formules. Gelukkig is hij geest genoeg om ook telkens aan dat gevaar te ontsnappen. De geest waait waarheen hij wil.

Het hele leuke van het verhaal is vervolgens dat de Ene het omdraait: jij wilt voor mij een huis bouwen? Ik zal voor jou een huis bouwen! Ik zal je een goede toekomst geven, veilige buurten waar je kan wonen, vrede binnen jou muren, Jeruzalem. Ik bouw je een huis – en vat dan huis in de Bijbel zeer breed op: het staat voor alles wat je opbouwt, niet alleen aan hout en steen, maar vooral aan mensen die je om je heen verzamelt. Je familie, het volk, de gemeente waarmee je verbonden bent. Deze zorg van de Ene, dat hij een huis bouwt en een toekomst geeft aan zijn mens, kan onze inspanning om hem van een huis te voorzien relativeren. Want het is God niet te doen om een prachtig paleis voor zichzelf, het gaat hem om mensen: hun huis, hun voortbestaan, hun veiligheid en rust. En in het geval van David betekent het ook: een voortbestaan van zijn koningschap.

Een prachtige omkering in het verhaal vind ik dit. Maar tegelijk blijf ik met de vraag zitten: wil God dan nergens onder ons wonen, op de een of andere manier belichaamd door een plek waar ik naar toe kan en daar, nou ja, minimaal sporen van hem kan ontwaren? Woont hij dan niet ergens in dit huis, onder de gewelven, verscholen tussen de orgelpijpen, achter een pilaar? Het verhaal vervolgt met de belofte dat Salomo, Davids zoon, een tempel mag bouwen. Een tempel, dan toch, een stenen paleis voor de beweeglijke God van Israel. Een prachtig huis, dat moet gezegd worden. Maar ook een huis, zo leren we uit de loop van de geschiedenis, dat meermalen werd verwoest en platgeslagen. Geen steen meer op de andere. En in deze tijden van voortgaande kerksluiting, en waar gaat dat spook niet rond, blijkt ook maar weer hoe kwetsbaar onze stenen godshuizen zijn. U zingt dat vast ook zo nu en dan hier: ‘dit huis slijt met ons aan de tijd’. Dus als het zo met die stenen huizen gesteld is, waar blijven wij dan? En waar blijft God?

Hoor dán het heilig evangelie, de blijde boodschap. God trekt bij het huis in dat hij zelf voor David heeft gebouwd, het huis van een bestendig koningschap, een huis van vrede op aarde. De veilige plaats die hij voor David heeft geschapen wordt zijn eigen huis. En dat huis, kunt u het nog volgen, is de moederschoot van de maagd Maria. Of zoals Lucas haar noemt: Mariam, waarmee hij ons terugbrengt naar dat voetvolk in de woestijn, naar Mariam, de zus van Mozes, die een lied zingt na de doortocht door de zee. God komt bij zijn mensen wonen, zijn voetvolkje dat hij droogvoets doorleidde, om hen naar een veilige plaats te brengen. Hij komt bij ons wonen, jawel, in deze tempel, hier ergens onder de gewelven, maar hij brengt ons allemaal in de war. En terwijl wij proberen de blindheid uit onze ogen te wrijven, of ons verbaasd afvragen hoe dit alles zal geschieden, kruipt hij onderhuids, in vlees en bloed, dichterbij dan wij onszelf.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s