Home

Overdenking op de Dag der Onnozele Kinderen

Morgendienst op 28 december 2014 in de Oude Lutherse Kerk te Amsterdam

Lezingen: Jeremia 31:15-20 en Matteüs 2:13-16

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

de gedenkdag van de Onnozele Kinderen valt dit jaar op een zondag, en dat geeft ons de gelegenheid er eens wat uitgebreider bij stil te staan. Want in de dagen die volgen op kerst splitst het kerkelijk jaar ons een vervelend thema in de maag, een nuchtere maag misschien wel, relatief in elk geval, zo tussen de kerstdiners en de oliebollen door. Op 26 december gedenkt de kerk Stefanus, de eerste martelaar. En vandaag dus, 28 december, gedenkt de kerk de jongste martelaren, de kinderen van Bethlehem. Dat komt natuurlijk slecht uit, want het was net een beetje gezellig geworden. Bomvolle kerken in de kerstnacht, goed gezelschap van familie en vrienden. En dan hangt er nu ineens rood in de kerk. En vandaag is rood niet van roodwitblauw of van heel mijn hart voor jou, hoe graag Marco Borsato dat ook zou willen. Rood is vandaag van bloed. Kinderbloed.

Bij koning Herodes zien we wat de komst van het kerstkind teweegbrengt bij de zittende macht. Het is een grove tegenstelling met het enthousiasme van de herders en de eerbied van de Magiërs uit het oosten. Voor hen, en voor allen die lijden onder het gezag van de zittende macht, is het kind een teken van hoop. Maar wanneer Herodes uit de mond van de hogepriesters hoort dat dit kind bestemd is om de leider van Israel zal worden, begint het hem te jeuken. Zo wankel is macht dus, dat er maar een kind geboren hoeft te worden of de koning wordt zenuwachtig. Zoals er maar een klokkenluider hoeft te zijn om een criminele organisatie aan het wankelen te krijgen. Het hele systeem van de misdaad stort dan als een kaartenhuis in elkaar. Het gebeurt echter maar zelden dat iemand onderin het kaartenhuis eruit durft te stappen, want het hele huis zal op hem neerstorten. De angst voor wraak is er veel te diep ingewreven.

En voor u denkt dat dit mechanisme alleen iets is van ver weg, werkzaam in de paleizen van dictators, of in de duistere malafide steegjes waar drugsdealers en pooiers de macht hebben, alhoewel die wereld hier natuurlijk maar twee straatjes verderop is, ook in onze wat aangeharktere wereld is er een zittende macht, die woont in de torens van de Zuidas en hier ook de hoek om, in de Kalverstraat. Koning Mammon zit daar op zijn gouden troon en wij offeren. Het helpt in de verbeelding misschien om er een persoon van te maken, want de macht van het financiele systeem is een subtiel schimmenspel, waarin het niet geheel duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor het onrecht. Het is prettig om dan naar bankdirecteurs met bonuszucht te wijzen, of naar de bazen van kledingconcerns die mensen in gevaarlijke fabrieken laat werken, of naar de wereldleiders die traag zijn in het bestrijden van onrecht. Tegelijk draaien we er allemaal in mee, wij allen offeren. Zo blijft de macht van koning Mammon in stand. En dat terwijl er maar een kind geboren hoeft te worden om de koning zenuwachtig te maken. De koning wordt niet echt zenuwachtig van andere koningen die tegen hem opstaan, daar heeft hij zijn legers en knokploegjes voor, of zijn marketingstrategien en reclamespotjes, om de andere machthebbers te slim af te zijn. Waar de koning echt zenuwachtig van wordt, is als er onderaan iets verandert bij mensen vanbinnen. Dat gebeurt soms als er een keer een kritische journalist opstaat en zich niet tegen laat houden door conventies. Of als mensen gaan bedenken dat geld hun waardigheid niet mag bepalen, dat kleren niet de man maken, dat hun vraag naar goederen niet per se bodemloos hoeft te zijn, of dat hun gedrag stilletjes meewerkt aan het in stand houden van de zittende macht, en daarmee aan het onrecht tegen de kleinen, de kinderen dat in naam van die macht gebeurt.

Op dat onrecht tegen de kinderen moeten wij vandaag onze ogen richten. Want als de koning dan zenuwachtig is geworden van dat kind dat als een luis in zijn koningsmantel jeukt, dan is er nog maar een optie: overal waar het ook maar enigszins kriebelt krabben en slaan, tot je weer rustig kunt slapen. En als Herodes dan uithaalt en de onschuldige kinderen van Bethlehem ombrengt, valt de evangelist een passage uit de profeet Jeremia in: ‘In Rama wordt een stem gehoord, een hevig gejammer en geklaag, Rachel jammert om haar kinderen en ze wil niet getroost worden’. In Jeremia duiden de kinderen van Rachel de ballingen van het noordrijk aan. Rachel beweent hen, maar voor en na haar jammerklacht klinken daar troostende woorden, over de dag dat de ballingen terugkeren. Matteüs hoort deze woorden van Jeremia en ze blijven haken aan de verschrikkelijke misdaad van Herodes tegen de kinderen, die niet zouden terugkeren, op een kind na dan: het kerstkind dat in ballingschap gaat in Egypte. Maar de woorden van de profeet haken net zo goed ook aan de talloze misdaden tegen de kinderlijkheid in onze dagen: kinderen die sterven van de honger, kinderen die werken in fabrieken, jongens die op jonge leeftijd geronseld worden als kindsoldaat, meisjes die worden vastgehouden in de seksindustrie of misbruikt in oorlogsgebieden. Voor deze laatste groep is ruim aandacht gevraagd in de afgelopen week door de DJ’s van 3FM met hun actie in het Glazen Huis: Hands off our girls, dit jaar in Haarlem. Het is opvallend dat deze toch tamelijk seculiere actie zo precies heeft begrepen waar het bij Kerst om te doen is. In het kind van Maria breekt een toekomst aan, die zo vaak bedreigd wordt door sterkere machten, in dit geval die van de mannelijke lust. Maar wanneer wij in de weerloosheid van dat kind de weerloosheid van elk kind, elk mensenkind herkennen, is het mogelijk dat die toekomst vandaag aanbreekt.

Het is geen feestje om vandaag bij het bloed van onschuldige kinderen stil te staan. Het ongemak met dit nare gebeuren heeft de kerk er in het verleden toe gebracht om tradities in het leven te roepen die de dag een aangenamer karakter gaven. Op ‘Onnozele Kinderen’ gebeurde wat wij nu alleen nog kennen van Sint-Maarten: kinderen gaan zingend langs de deuren en ontvangen daarvoor lekkernijen. Ook kent de traditie kinderbisschopspelen: voor een dag mag een kind de mijter op. En het jongste kind van het gezin mag kiezen wat er gegeten wordt, hoewel daarbij gezegd moet worden dat dit nog allemaal voor de uitvinding van de frituurpan was. Het feest keert de patronen om: niet de grote mensen hebben het voor het zeggen, voor een dag hebben de kinderen de macht. Het is in wezen een recept tegen het geweld tegen kinderen. Alleen als zij in hun weerloosheid de macht krijgen, kan de wereld veranderen, en worden tirannen gestopt.

Vorige week was ik met mijn dochter van vier bij de theatervoorstelling van Pluk van de Petteflet. En opeens voelde deze jonge dominee zich toch al tamelijk oud, zo tussen 300 uitzinnige kleuters. In het verhaal van Pluk wordt het speelplezier van kinderen en dieren in de Torteltuin bedreigd door de Parkmeester, die er een betonnen tegelplein van wil maken. Er is slechts een medicijn tegen de kwade wil van de grote mensen: Hasselbramen. Pluk moet ze halen bij de Kluizelaar, een excentrieke hippie-achtige tovenaar. Hij plant een struik in de Torteltuin, en zodra de grote mensen de Hasselbramen eten, worden ze als kinderen. Op de prachtige tekeningen van Fiep Westendorp zie je een ouder echtpaar met een emmertje en een schepje in de zandbak, en de Parkmeester huppelt fluitend en dansend door de tuin. Grote mensen die spelen. Volwassenen die onschuldige, onnozele kinderen worden. Het doet mij denken aan de Maaltijd van de Heer. Misschien kunnen we de volgende keer dat we de dienst van de Tafel vieren en iemand het brood aanreikt doen alsof we een Hasselbraam in handen krijgen. Dan zou het zomaar kunnen gebeuren, dat we het eten, en dan als bij toverslag afzien van verkeerde plannen en weer contact krijgen met het kind in onszelf. Dan wordt de wereld echt mooier, kunnen we belangeloos met elkaar omgaan, hoeven we niet te rekenen, onze politieke en sociale belangen te wikken en te wegen. Dan is er nog eens tijd om te spelen, gewoon dingen doen die verder niks opleveren een rondje fietsen of lopen, zomaar, of midden op straat net iets te hard een liedje zingen, bijvoorbeeld straks op de terugweg. Och en wat een heerlijkheid zou het zijn als er eens wat directeuren of politici zo’n Hasselbraam namen, en dan heerlijk een potje gingen spelen, niet omdat hun spindoctor dat strategisch interessant vindt, maar gewoon omdat het kan. Dan gebeurt het misschien nog eens dat er geen grote mensengeweld meer is tegen kinderen, dat er geen huilende moeders meer hoeven te zijn in de lange rij achter Rachel aan, omdat het wemelt van de onnozele, onschuldige kinderen die de oorlog hebben afgeleerd.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s