Home

Overdenking op de vijfde zondag van Epifanie

Morgendienst op 8 februari 2015 in de Ontmoetingskapel te Maarn

Lezingen: 2 Koningen 4:8-37 en Marcus 1:29-39

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

het is nogal een verhaal vanmorgen die hele geschiedenis van de Sunamitische vrouw en Elisa en de jongen met zijn zonnesteek, die weer wordt opgewekt. Een verhaal waarvan je je kan afvragen waar het in vredesnaam over gaat en meer nog wat je er mee moet. De laatste keer dat ik het verhaal hoorde moet ongeveer twintig jaar geleden zijn, in groep 3 of 4. In die gelukkige tijd was ik nog compleet gevrijwaard van dat soort moeilijke vragen, naar het wat en waarom. Het verhaal was gewoon het verhaal. Dat werd in groep 3 en 4 dagelijks verteld door meester Heusevelt. Nou ja, verteld is eigenlijk een te bescheiden aanduiding van wat hij deed. Elk verhaal werd een waar toneelstuk zo levensecht alsof je er zelf bij was. Ik vroeg me in die tijd nog niet af of de verhalen waar gebeurd waren ook die ellende kwam pas later. Maar in de klas bij meester Heusevelt zou dat ook geen relevante vraag zijn geweest. Als God de wereld 6000 jaar geleden niet werkelijk in 6 dagen geschapen zou hebben dan deed hij het toch zeker op het moment dat Heusevelt het vertelde. En wanneer hij vertelde over Israel dat door de zee trok dan was het alsof je je broekspijp onderaan nat voelde worden omdat de zee zich net achter je had gesloten en als je dan achterom keek zag je je klasgenoten op hun stoeltjes in het water drijven de wagens en paarden van Egypte waren het opeens. En toen hij het verhaal van Elisa en de opwekking van de jongen vertelde was het alsof je zelf dood in een bovenkamer lag en de profeet bovenop je kwam liggen en je weer levend werd. Toen hij klaar was werd er door de hele klas zeven keer geniest. Ok, hier krijgt de herinnering een wat legendarisch karakter maar in de geest van meester Heusevelt moet u maar aannemen dat het echt gebeurd is. Als het dat niet was toen en daar in het schoollokaal van groep 3 en 4, dan is het toch zeker echt gebeurd omdat ik het u nu vertel.

Waarheid, daar moeten we niet te benauwd mee omgaan. U moet die onzin niet geloven hoor, van dominees die zeggen dat het ‘wel waar maar niet echt gebeurd’ is. Natuurlijk hebben ze dan op een saaie manier gelijk, maar als een verhaal goed wordt verteld gebeurt het echt, hier en nu. Bijvoorbeeld. Reken maar dat als u ergens in de komende weken weer eens naar de Mattheus Passion gaat onze lieve Heer werkelijk weer echt sterft, en het voorhangsel van de tempel opnieuw scheurt, as we speak. Al was het maar omdat Bach het ons zo vertelt. Misschien hebt u wel het relletje meegekregen rond dominee van der Kaaij van de week die zomaar ontdekte dat Jezus niet echt bestaan heeft. Mij heeft het een soort van vermoeidheid bezorgd zowel de betweterigheid van die beste man alsook het tegensputteren van rechtzinnige zijde. Het maakt dat ik het einde van mijn cadeau gekregen proefabonnement op Trouw nu alweer met genoegen tegemoet zie. Je zal al dat non-nieuws maar bij moeten houden. Mijn oplossing zou zijn om van der Kaaij en de broeders van de Gereformeerde Bond samen kaartjes te geven voor de Mattheus Passion in Naarden, en ze daarna gezellig een biertje te laten drinken. En daar dan een vrolijke selfie van maken en opsturen naar de synode. Maar goed, dat zal wel weer te katholiek gedacht zijn van mij.

Naar het verhaal van Elisa dan. Dat begint met een welgestelde vrouw uit Sunem. Rijk, maar kinderloos. Bijbels gesproken heeft ze geen toekomst. En ze heeft een man, die niet echt in beeld komt. Een beetje een lulletje rozenwater. Zij daarentegen komt in het verhaal naar voren als een moedig en vasthoudend persoon. Deze vrouw heeft zich op een of andere manier verzoend met het gegeven van haar kinderloosheid. Zo doe je dat op een gegeven moment met de dingen die je door het lot zijn toebedeeld. Je geeft ze ergens een plaats, je accepteert ze. Dat kan, zoals bij deze vrouw, kinderloosheid zijn. Net zo goed kan je denken aan het uitblijven van de ware liefde denken. Of aan een ongeval dat iemand arbeidsongeschikt maakt. Of het overlijden van een dierbare. Onomkeerbaar leed dat het lot je aandoet. Over de tijd heen ontwikkel je een houding, waardoor je er mee kan dealen. Dat is knap van onze geest, want in wezen valt er helemaal niet te leven met dit soort lotsbeschikkingen. Het is niet zo dat tijd wonden heelt, maar pijn went wel, of slijt, neemt af in hevigheid. Goede therapie kan wel helpen. Net als nieuwe dingen waar je je op kan richten: gezelschap van anderen, muziek, eten, lezen, wandelen. Spiritualiteit en geloof misschien ook.

Dat laatste lijkt in elk geval te zijn waar de vrouw het zoekt. Die godsman die af en toe langskomt, dat vindt ze een fascinerende figuur. Ze besluit dat er een kamer voor hem in hun huis moet komen. Dus stuurt ze manlief naar de Gamma – manlief doet braaf wat hem gezegd wordt. De godsman vind het een mooi gebaar maar wil ook wat terugdoen. Misschien hebt u ook wel eens een mooi cadeau gekregen, zo mooi of groot dat je er wat verlegen van wordt, en het gevoel krijgt dat je wat terug moet doen. Maar dat zit dan vooral bij de ontvanger. De gever is gewoon blij iets te kunnen geven. Het regelmatige contact met die interessante profeet was voor de vrouw genoeg. Maar Elisa blijft broeden. Wat geef je iemand die alles al heeft? Welaan, een kind dus. Maar dat was het verkeerde knopje. Niks geen ‘mij geschiede naar uw wil’ zoals bij Maria die Jezus ontvangt en er kan zelfs geen cynisch lachje vanaf, zoals bij Sara die ook een kinderbelofte krijgt. U bent een profeet, maar u moet me niet voor de gek houden, klinkt het bitter. Dit was nou net niet de bedoeling. De pijn was gaan wennen, ze kon er mee omgaan. En nu komt die profeet net dat tere stukje van haar ziel aanroeren. Alsof hij het korstje eraf krabt, en de wond weer even vers is als toen. Het geloof dat ook dat, juist dat stukje van haar ziel echt kan genezen, dat ontbrak haar. Je kunt je afvragen of ze wel genoeg gerouwd heeft, of ze er wel echt vrede mee heeft, of ze het werkelijk geaccepteerd heeft. Je kunt dat ook aan jezelf vragen, of je werkelijk rust hebt bij wat je mist in je leven, of je echte vrede hebt gesloten met de pijn in je ziel.

We maken een sprongetje. Negen maanden later. En warempel, we zien de Sunamitische met een kind op de arm. Eind goed al goed, zouden we kunnen denken. Amen en op naar de koffie. Maar helaas, het verhaal gaat nog even verder. Nou ja, in de loop van de afgelopen week ben ik dat aan dit verhaal gaan waarderen, dat er steeds weer een nieuwe kronkel komt. Er komt nog geen blaaskapel aan, of een extatisch engelenkoor. Want op een dag als hij wat ouder is, schreeuwt de jongen: mijn hoofd, mijn hoofd! En daar staat ze opnieuw, de moeder, met haar stervende zoon in de armen. Ze legt hem op het bed van Elisa, daar ligt hij opgebaard. En ze gaat. Vertelt manlief een smoesje, doei en weg is ze. Ook Gehazi snoert ze de mond. Ze laat zich niet tevreden stellen met de staf van de profeet. Ze komt op hoge poten aan, en laat zich niet tewoord staan door de eerste de beste locoburgemeester. De profeet zelf en niemand minder heeft haar dat kind gegeven waar ze niet eens om gevraagd had. Nu moet hij de toestand ook maar oplossen. Hoogstpersoonlijk.

En zo landen we aan bij dat opmerkelijk slot van het verhaal. Elisa gaat naar boven, sluit de deur en bidt. Dan gaat hij op de jongen liggen mond op mond oog op oog hand op hand. De jongen wordt weer warm, niest zeven keer en staat op uit de dood. Nou ja. Als je dan toch ergens moet denken dat iets niet echt gebeurd is dan toch wel hier. Daar helpt geen meester Heusevelt meer aan, vroeger misschien nog, maar nu? Ik zou dan nu kunnen inzoomen op de symbolische laag van het verhaal, zeven keer niezen, dat is natuurlijk niet voor niets, en dat de adem inblazen, het lijkt het scheppingsverhaal wel. En kijken we puur naar de feiten dan zien we gewoon iemand die flauwgevallen is, en mond-op-mond beademing krijgt. Gewoon EHBO, meer niet.

Maar als we dit doen, gaan we boven het verhaal staan. Het is inderdaad voor onze ogen onmogelijk en absurd. En juist daarom wil ik het toch met u wagen, om te proberen er met andere ogen naar te kijken. Want als we het met onze westerse ogen bekijken, dan missen we iets wezenlijks. Onze manier van naar ziekte kijken, is heel materialistisch geworden. Een ziekte beschouwen wij als het stokken van een biologisch of chemisch proces het uitvallen van een lichaamsfunctie. Door de neurologie weten we steeds meer van hoe dat samenhangt met processen in ons brein. De neiging is er om ons daartoe te reduceren: wij zijn ons lichaam, of erger nog: wij zijn ons brein. Alles wat daarboven uitgaat, is ‘bovennatuurlijk’, en daar kunnen we niks over weten. Want je kunt het niet zien of meten. In wezen is dat een hele kale manier van kijken naar het menselijk leven, maar in onze ogen wel de enig juiste. Dus kunnen we zo’n passage als de genezing van de jongen uiteindelijk toch niet serieus nemen. Daarvoor hebben we het woord primitief bedacht. Maar in zo’n zogenaamd primitief wereldbeeld zit heel sterk de gedachte dat er maar een werkelijkheid is. En ín die werkelijkheid vormen ziel en lichaam, natuur en geest, hemel en aarde een onverbrekelijke eenheid. Het woord ‘bovennatuurlijk’ is een West-Europese uitvinding. Die tweedeling is door ons bedacht. Net als de tweedeling ‘waar maar niet echt gebeurd’. Zouden ze in Afrika of Zuid-Amerika nooit op gekomen zijn.

Een ziekte is naar ‘primitief’ besef een verstoring van zowel lichaam als geest. Ziekte heeft ook een geestelijke oorzaak. En dus komt Elisa niet in een witte jas binnen met een penicillinekuurtje of een röntgenapparaat. Hij komt in zijn profetenmantel binnen, en knielt neer om te bidden. En wat is dat dan, dat bidden? Wij denken dan misschien aan een woordelijk verzoek aan de Allerhoogste om de lichamelijke verstoring op te heffen. Maar dan dringen we de Eeuwige onze logica op. Als Elisa bidt, dan stelt hij zich open voor de helende bron van het bestaan. Hij weet dat hij geen kunstjes kan, geen magische trucs, maar dat hij alleen kan genezen in zoverre de kracht van de Eeuwige door hem heengaat. En dat wordt dan een voelbare ervaring van genezing mond op mond, oog op oog, hand op hand. Dit soort vermogens zijn in onze westerse cultuur grotendeels verloren gegaan, niet alleen in ziekenhuizen, maar ook bij ‘de geestelijkheid’. Ook dominees of priesters doen dit soort dingen niet. En misschien zijn we daarmee met zijn allen wel iets heel wezenlijks kwijtgeraakt.

Waar dit Elisaverhaal ons de ogen voor kan openen is dat alle ziekten en stoornissen een diepere oorzaak hebben dan puur en alleen lichamelijk. En dat echte genezing ook dieper gaat dan het tegengaan van ziektesymptomen. Echte genezing is weer in contact komen te staan met de bron van het bestaan de steeds weer levengevende creativiteit Gods. Echte genezing is de wereld weer als een zinvolle eenheid kunnen beleven. De weg daar naartoe weet ook ik helaas niet precies, ik ben ook een modern mens van top tot teen, dat in geval van nood gewoon de dokter belt. Ook voor mij is het dus zoeken. Maar misschien is er in die zoektocht wel meer te halen bij culturen en religies die we primitief zijn gaan noemen; maar die weer dingen opdiepen die over de randen van ons wereldbeeld waren gevallen.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s