Home

Overdenking op de derde zondag van Epifanie

Morgendienst in de Evangelisch Lutherse Gemeente te Zwolle

Lezingen: 1 Samuel 3:1-10 en Marcus 1:14-20

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

sinds vorige week zijn we officieel in de minderheid. Volgens onderzoek in opdracht van dagblad Trouw is het dit jaar voor het eerst dat zich in Nederland meer mensen ongelovig dan gelovig noemen. Ik had dat idee al langer, maar het feit dat wij hier nog bij elkaar komen is vanaf nu dus niet meer normaal. Tot aan ongeveer de jaren negentig werd er gedacht dat religie als vanzelf zou verdwijnen naarmate mensen beter gingen nadenken, verlichter werden. Maar opeens was daar de comeback van religie. In het onderzoek wordt gesteld dat religie niet verdwijnt, maar zich reorganiseert. Het is er nog steeds, maar het stroomt door andere geulen. Ondertussen droogt het water van de traditionele instuten dus wel langzaam op. Nieuwe religie is vooral een individuele bezigheid en het is een samenraapsel van allerlei tradities, en een beetje van jezelf. Denk aan New-age, hapinezz, poweryoga. Religie is lifestyle geworden. Kerken hebben daar de laatste decennia met wisselend succes bij aan proberen te haken. Minder dogmatiek en een beetje meer aandacht voor mystiek, stilte, kaarsjes, van die dingen. Hier en daar kon je ruim tien jaar geleden een voorzichtig optimisme bespeuren, onder christelijke theologen. Het zag er goed uit voor religie, en dus hoopten we als kerk stiekem een graantje mee te pikken.

Maar toen vlogen er twee vliegtuigen de Twin Towers in, en werden Pim en Theo doodgeschoten, en twee weken geleden de redactie van Charlie Hebdo. Religieus geweld uit de hoek van moslimextremisten. Niet de schuld van de hele islam. Geweld is niet van de kern van de islam, maar een afdwaling ervan. Ook niet de schuld van christenen en religie in het algemeen. Maar goed, dat denk ik, maar op straat hoor je andere geluiden. Sinds de aanslagen in Parijs zwelt de kritiek op religie weer aan. Natuurlijk richt zich die in eerste instantie op de gekken die de aanslag gepleegd hebben. Maar als je de verdedigers van het vrije woord goed beluistert, zien ze in religie an sich een bedreiging, en in het beoefenen van godsdienst een uiting van achterlijkheid. Religie wordt sinds 9/11, Theo van Gogh en Charlie Hebdo niet langer alleen geassocieerd met geurkaarsjes en world peace, maar ook met blaffende kalashnikovs en bloed aan de paal.

Tegen deze achtergrond van deze twee ontwikkelingen, de individualisering van religie, en de associatie met geweld, vind ik het eerlijk gezegd buitengewoon onprettig om het evangelie van deze morgen te lezen. En lastiger nog om er iets zinnigs over te zeggen. Dat komt door dat woord van Jezus: ik zal jullie vissers van mensen maken. Als dat het uitgangspunt is voor de missie van de kerk in de wereld, dan hoeft het voor mij niet zo nodig. Wat bereiken we met dat vissen? Gaat dat nog iets opleveren? En wat denken we wel niet van onszelf, dat wij weten wat goed is voor een ander? Er zit wat arrogants is dat beeld van het visser van mensen worden. Wij zitten in het veilige schip der kerk dat naar de morgen vaart en onder ons massa’s dolende visjes die naar wij hopen willoos in de fuik van het evangelie zwemmen. Ik verzin dit niet, hier in Zwolle op het A-plein zit een koffiebar met de naam De Fuik, onderdeel van de Vrije Evangelisatie. Ik heb zelf nog nooit gedurfd er een kopje koffie te gaan halen, dan betaal ik liever twee euro bij de V&D om de hoek. Kunnen ze daar goed gebruiken ook. [En nog zoiets, gisteren zat ik deze preek af te schrijven in de Bibliotheek, en ondertussen zet een man een kruis van 3 meter op straat en begint te evangeliseren. Ik was er graag naast gaan staan, maar ja de preek moest af 🙂 ] Zonder gekheid, ik denk dat het niet zal werken om het goede nieuws als een fuik in de stad uit te zetten Mensen van vandaag zijn mondig, laten zich niet voor een gat vangen. En ze hebben in elk geval het idee dat ze een vrije keuze hebben dat ze zichzelf ontplooien, en zelf een richting in het leven kiezen, ook qua levensbeschouwing. En bij die mondige mensen van vandaag horen wij ook. U laat zich als het er op aankomt toch ook niets wijs maken door een dominee?

Maar goed, wat moeten we dan met het woord van Jezus, dat hij ons vissers van mensen wil maken? Als we uitgegniffeld zijn over onze evangelische broeders en zusters met hun achterhaalde opvattingen en opdringerige tactieken, moeten we zo eerlijk zijn om als individu en als gemeente eens in de spiegel van het evangelie te kijken. Zegt het ons nog iets, dat er voor het goede nieuws nog een wereld te winnen is? Dat het moment rijp is, en het koninkrijk Gods gekomen? Of zijn we op onze lauweren gaan rusten? Hebben we ons neergelegd bij een sterfhuisconstructie? En zijn we tevreden zolang de Kerkbalans nog niet rood uitslaat? Wat u ook van het beeld van dat vissen vindt, het lijkt in elk geval in te houden dat er in het koninkrijk meer te doen is dan de winkel een beetje leuk draaiend te houden.

Laten we eens dieper in de tekst duiken, want dat beeld is misschien ook zo vreselijk niet als ik bij eerste lezing dacht. Wat mij opvalt is dat er principieel geen verschil is tussen de vissers en de vissen. Want er staat geschreven, dat toen hij langs de zee van Galilea ging, hij Simon en Andreas in de zee zag staan. Zij stonden in zee, die van Galilea. Geografisch zou het juister zijn geweest om te spreken van het meer van Galilea. Maar Marcus heeft het welbewust over de zee. Dan gaat er bij u als min of meer doorgewinterd kerkganger vast een belletje rinkelen. Inderdaad, de zee, dat is de oervloed, de donkere doodsmacht die ons bestaan in de greep heeft. En daar staan die vissers middenin! En daar sta ik middenin en de kerk ook. Wij staan met onze voeten in het doodsgebied. Mensen in de kerk net zo goed als ieder ander.

Dat is dat nog steeds wat theologentaal, ‘de zee, chaos, doodsgebied’. Nu is dat op zich niet slecht hoor, theologentaal, maar kan net als hogere wiskunde zijn: je weet dat het ergens over gaat, maar je hebt geen idee waarover. Nou ja, de zee, chaos, waar zit dat dan?

Natuurlijk zit dat in de dreiging die uitgaat van de aanslagen in Parijs. Het komt dichtbij. Chaos, dat is ook wat er aan kwetsends op sociale media geroepen wordt. Chaos, dat is dat systeem waarin wij verkeren waarin we als het allemaal dreigt mis te gaan de geldkraan verder opendraaien en wie weet wat voor luchtbellen er nu weer ontstaan Bij chaos weet niemand meer waar het stuur zit, wat links en rechts is. De stemmen buitelen over elkaar heen.

Maar de chaos kan ook in je hoofd zitten stemmen die tegen elkaar in roepen de stemmen die iets zeggen over je identiteit ik ben goed genoeg of het is altijd te weinig ik dobber stuurloos rond of ik heb controle ik ga onder angst gebukt of ik sta moedig overeind het is allemaal niet meer vol te houden of er is nog hoop. Chaos is het als je steeds heen en weer gesleept wordt en er nooit rust is in je hoofd een gevoel dat het zo goed is wat je doet of maakt, wat je zegt, wie je bent. En al die chaos komt voort uit de dood, het besef dat het eens allemaal voorbij is met je leven alles waar je aan hecht, wat je heilig is, en de schaduw die dat werpt. — Dat is dus allemaal: chaos. En in die chaos staan gelovigen net zo goed als ieder ander. Maar als er dan geen verschil tussen ‘wij’ hier in de kerk en ‘zij’ die dat niet (meer) nodig vinden waarom zouden wij dan ook niet bij die meerderheid gaan horen die zegt niet meer te geloven? Lieve gemeente, ik vind dit altijd een spannend moment in de preek als het hoge woord eruit moet. Maar vooruit. Ik denk dat dat komt, doordat wij het geloof niet vasthouden maar het geloof ons. En dat wij daardoor niet verdrinken. Wij staan daar met de leerlingen in de zee en met ieder ander mensenkind. Maar dan loopt er een langs het water, en hij ziet dat. Dat wij er middenin staan. En dan roept hij ons om hem te volgen. Weg bij de chaos, de angst, de verwarring, de stemmen. En ik denk: kan dat dan? Wie zegt dat dat écht kan? Wie zegt me dat jij wel te vertrouwen bent? Hier haper ik.

Maar het verhaal gaat verder tot mijn verbazing. Ze léggen hun netten neer. Ze stáan op. Ze gáan. Hem achterna. En wel terstond, meteen. Zonder mitsen en maren. En waarom? Ja, met die vraag laat het verhaal je mooi zitten. Maar iets in de roep van Jezus moet hen het vertrouwen hebben gegeven dat het mogelijk is: weg bij de chaos, de twijfel, de dood. Het moet te maken hebben met wat hij zelf zegt: de tijd is rijp, het moment is daar, het koninkrijk Gods is gekomen. Het nieuwe begin is er nu. Niet morgen, of op een andere dag wanneer het uitkomt, en zeker niet pas later als je groot bent of dood. Dit is het moment.

Ik wens onze bange wereld dat vertrouwen toe, dat er een weg is voorbij de chaos, het geweld en de verwarring. Aan ieder hier persoonlijk wens ik het toe, de moed om jezelf te aanvaarden aan de twijfel voorbij. En aan de kerk wens ik toe: het lef om te gaan, om Gods tijd te herkennen en ongedachte wegen in te slaan. Juist deze tijd, waarin we tot de minderheid zijn gaan behoren, biedt nieuwe uitdagingen en kansen voor de kerk. Als we maar durven gaan, hem achterna.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s