Home

Overdenking op de 1e zondag na Trinitatis

Morgendienst in de Grote Kerk te Dalfsen

Lezingen: Richteren 12:1-6 en Marcus 3:20-35

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het gaat vanmorgen over wie vreemd is en wie vertrouwd. En in het kader daarvan wilde ik een kleine oefening met u doen, met maar één spelregel; dat is dat als het mislukt, uw hoofd eraf gaat. Dus. Zegt u mij maar even na: “Buter, brea en griene tsiis wa dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries.” Nouja, het is een beetje een onvriendelijk begin van de preek zo, maar ja, dat komt doordat we maar weer eens op een van die eveneens vrij onvriendelijke bladzijden uit het OT terecht zijn gekomen. Uweetwel met van die absurdistische ruzies tussen stammen en volken en nodeloos bloedvergieten. De Efraimieten moeten van de mannen van Jefta uit Gilead Sjibbolet zeggen, maar als het klinkt als Sibbolet gaat hun kop eraf. Zonder dat laatste had het best een geinige scene kunnen zijn dit verhaal uit Richteren een beetje flauw hooguit net als u buter brea en griene tsiis te laten zeggen of een chinees witte rijst of een peuter het woord bibliotheek. Naar mijn smaak zit dat op de schaal van humor net iets boven onderbroekenlol. Maar de reden dat we de kinderen voor de schriftlezing naar de kindernevendienst hebben laten gaan, is dat het geen geintje is, omdat het verhaal afsluit met de mededeling dat er die dag 42000 mannen werden afgeslacht.

We zitten in het twaalfde hoofdstuk van het boek Richteren, en dit verhaal doet in bruutheid en rauwheid niet onder voor de andere verhalen uit dat boek. Geweld komt wel meer voor in het OT, maar vaak wordt er dan vrij nuchter en koelbloedig verteld over de veldslag van die tegen die en hoeveel man er sneuvelden. De schrijver van het boek Rechters heeft echter wat sadistische trekjes, hij lijkt er soms van te genieten de meest rauwe details van een geweldsdaad te beschrijven. Je krijgt van die beelden waarvoor Philip Freriks je altijd van tevoren even voor waarschuwde. Een tentpin door een hoofd, vet dat om het lemmet van een mes druipt, Simson die de pilaren van een gebouw even uitelkaar drukt, en in het slothoofdstuk een man die zijn verkrachte dochter in twaalf stukken scheurt en die stukken als oorlogsverklaring op paarden het land door laat sturen.

Doordat de schrijver van Richteren zo focust op details wordt het oog daarheen getrokken. Dat is dat woord Sjibbolet. Dat betekent korenaar. En sjibbolet, u gebruikt het woord misschien niet dagelijks, maar het staat in de Dikke Van Dale. als ‘onderscheidend kenmerk, symbool’. Het is dus een staande uitdrukking geworden voor een woord dat scheiding brengt tussen mensen. Het eigene, de eigen streektaal, dat wat een groepje mensen gemeenschappelijk heeft wordt tot de norm verheven. Nu staan wij heden ten dage misschie niet met hakbijlen klaar maar het principe kennen we nog steeds. Iemand spreek niet onze taal en dus gaan de grenzen dicht. Of iemand stinkt naar alcohol en dus loop je er met een boogje omheen. Of iemand hangt een ander geloof aan, of geen geloof, en dus hoort hij of zij niet bij ons. Dat is dan iemand ‘die niet meer naar de kerk gaat’. Het zijn allemaal biologische of culturele factoren dingen waar je niet per se iets aan kunt doen, maar die wel bepalen welke deuren er voor je opengaan of je veilig kunt wonen, of je eten hebt, of je serieus genomen wordt, of je meetelt.

In het evangelie stuiten we op een heel andere manier van met die gegevenheden omgaan. Van wie erbij hoort en wie niet. De familie van Jezus komt naar hem toe, terwijl hij in een bomvol huis uitleg geeft over zijn macht om boze geesten uit te drijven. Maar zijn familie roept hem als het ware terug om hem te claimen. Hij is onze broer. Een jongen van het dorp. Een van hier. Hij kan Sjibbolet zeggen, spreekt ons dialect. Maar Jezus laat zich door die aanspraak niet gijzelen. Hij bewaart zijn anders-zijn en omschrijft opnieuw wie zijn familie is. Niet deze mensen, die door een bloedband aan mij verbonden zijn, zijn mijn familie. Het zijn de volgelingen, de mannen en vrouwen die zijn weg willen gaan, die hij zijn familie noemt.

In die kring rond Jezus zit je dus niet vast aan waar je vandaan komt maar wordt je bepaald door waar je naartoe wilt. Je identiteit zit niet in de straat waarin je woont, maar in de weg die wilt gaan. Je bent niet overgeleverd aan de toevalligheden van je eigen DNA en je cultuur of je met rood haar geboren bent of blond of dik of dun bent of je plat praat of ABN, sjibbolet of sibbolet of je uit een welgestelde familie komt of leeft van een minimumloon. Of je op voetbal zit of op hockey of dat je helemaal niet aan sport doet. Dat zijn doorgaans de dingen waardoor we mensen willen plaatsen in begrijpelijke sjablonen, in klasses, in hokjes.

Het zou te idealistisch en onrealistisch zijn om te denken dat we helemaal buiten die categorieen kunnen. De meeste mensen die ik ken hechten meer belang aan familiebanden dan Jezus doet. Hij lijkt er hier en op andere plekken in het evangelie zo achteloos nonchalant mee om te gaan. Dat lijkt me op zich niet navolgenswaardig. Een goede familieband is domweg wel belangrijk. En al die dingen die dingen als hobby’s of uiterlijk hoe mensen daarin verschillen dat is toch ook zo’n ramp niet? Sterker nog, die verschillen maken de wereld toch juist kleurrijk? Wat mensen onderscheidt, hoeft ze toc h niet van elkaar te scheiden?

Ja. Inderdaad. En nee. Helaas. Zo werkt het vaak niet. Ik herinner me de clubjes op het schoolplein. De alto’s praten niet met de kakkers, de dorpelingen niet met de stadsen de nerds niet met de hunks de dunnen niet met de dikken. Onderscheiding brengt vaak wel scheiding. En het leuke van een schoolplein is nog dat je daar lukraak bij elkaar wordt geplumpt en het dus maar met elkaar uit moet zoeken. Later in je leven kun je je steeds meer op je veilige eiland terugtrekken van je eigen familie, geestverwanten, soortgenoten. Om de scheiding definitief te maken. En dus wordt je niet meer uitgedaagd door de ander. Want die is buiten je horizon geraakt. Je hoort alleen nog maar sjibbolet om je heen.

Door zijn radicaal andere omschrijving van wie zijn familie is, nodigt Jezus ons uit om de kringen in ons leven ook anders te trekken. Het is niet zo dat hij alle onderscheidingen opheft zo van alle Menschen werden Brüder en alle religies komen op hetzelfde neer; zo’n simpel optimisme kunnen we hem niet in de schoenen schuiven. De kring die Jezus om zich heen verzamelt zijn de mensen ‘die de wil van God doen’. Dat is een grens, een onderscheiding. Maar het is een open grens. Iedereen mag er in mee doen. Want de wil van God, dat laat zich in het evangelie omschrijven als het liefhebben van God en de naaste als jezelf. De integriteit en de andersheid van de ander erkennen want die ander is als jij: een mens geschapen en bemind door God. Mensen die die wil van God doen worden zowel binnen als buiten de kerk gevonden. Zoals ik het laatst een katholiek hoorde zeggen: God heeft zo zijn eigen heiligen of de kerk ze nou op haar heiligenkalender opneemt of niet. Gods heiligen, Jezus navolgers ze zijn niet te herkennen aan een simpel Sjibbolet of buter, brea en griene tsiis of aan een wierookluchtje en een gouden aureooltje. Wie in de kring staan het is een geheime zaak. En het is ook niet aan ons.

We krijgen God nooit in onze greep. En de ander ook niet. Als we werkelijk vanuit dat besef met elkaar omgaan zijn we vrij om elkaar werkelijk te zien. Als we de anderen niet opdelen in sjibbolet en sibbolet in wie ons vertrouwd is en wie vreemd, zit de wereld vol verrassingen opeens. Aan de ene kant kan wat je dacht dat vertrouwd was vreemd worden. Ineens vraag je je af wat je dan zo verbindt aan je familie, de mensen van de club, of misschien zelfs aan de mensen van de kerk. Zo’n moment van vervreemding kan heel waardevol zijn. Niet leuk en gemakkelijk, maar wel waardevol. Want je staat stil bij wat er in het gewone en vertrouwde echt toe doet. Is je familie een bedding van warmte en liefde, of zijn het de mensen met wie je nu eenmaal in huis woont of die je tegenkomt op verjaardagen? Ben je bij je vrienden die je al heel lang kent echt op je gemak, of is het de macht der gewoonte die je aan elkaar bindt? Het vertrouwde kan voor een moment vreemd worden, dat is het ene. Het andere kan tegelijk ook gebeuren: het vreemde wordt vertrouwd. De atheist blijkt een hartstochtelijke zoeker naar zin en betekenis te zijn de sukkel van het schoolplein een verrassend leuk en integer persoon; Als we over het sjibbolet heen gaan kijken en de vreemde proberen te vertrouwen in plaats van zn hoofd er af te hakken dan begint het rijk Gods zachtjes aan zichtbaar te worden onder ons.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s